Over dit project

50 jaar geleden vond het Tweede Vaticaans Concilie plaats. Een historische gebeurtenis van wereldformaat én een spannend verhaal. Zonder het Concilie is de Kerk van gisteren, vandaag en morgen niet te verstaan.

Herbeleef dag na dag het Concilie zoals het 50 jaar geleden gebeurde. Volg de actualiteit op de voet en neem deel aan het debat op Facebook.

Volgconcilie is een initiatief van het Studiecentrum Kerk en Media vzw met medewerking van

Bronnen 

We danken volgende organisaties voor hun toestemming om materialen uit hun collecties te gebruiken op VolgConcilie:

  • Aartsbisschoppelijk Archief Mechelen 
  • Bisdom Brugge
  • Braambos
  • Centrum voor Conciliestudie Vaticanum II, KU Leuven
  • Commons.wikimedia.org
  • Halewijn
  • KADOC, KU Leuven
  • Katholiek Documentatie Centrum, Radboud Universiteit Nijmegen
  • Katholische Nachrichten-Agentur, Bonn,
  • Luce
  • Omroep RKK
  • RKDocumenten.nl
  • Diverse privécollecties

We hebben getracht alle rechthebbenden op copyright te bereiken. Mochten er toch illustraties zijn opgenomen zonder voorkennis van rechthebbenden, dan worden zij verzocht contact op te nemen met de uitgever: Studiecentrum Kerk en Media vzw, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen

Medewerkers 

  • Bart Benats: redactie
  • Dirk Bielen: ontwerp
  • Dries Bosschaert: redactie
  • Dirk Claes: redactie
  • Jo Cornille: redactie
  • Peter De Mey: redactie
  • Koen De Wit: ontwikkeling
  • Leo Declerck: redactie
  • Adelbert Denaux: redactie
  • Sim D’Hertefelt: coördinatie, concept & redactie
  • Siegert Dierickx: google analytics
  • Stefaan Franco: redactie
  • Erik Galle: videoarchief, audio
  • Paul Hamans: redactie
  • Kris Jacqmain: audio
  • Gerard Kruis: redactie
  • Mathijs Lamberigts: redactie
  • Michael Moras: ontwerp assistentie
  • Pieter Nolf: stuurgroep
  • Toon Osaer: stuurgroep & redactie
  • Joris Polfliet: redactie
  • Bert Pollet: motion design
  • Patricia Quaghebeur: fotoarchief
  • Karim Schelkens: wetenschappelijke leiding, redactie
  • Marleen Stas: ontwerp, testing
  • Maria ter Steeg: redactie
  • Audrey Van den Bremt: publishing
  • Ton van Eijk: redactie
  • Lieve Van Hoofstadt: stuurgroep
  • Lennie van Orsouw: fotoarchief
  • Ton van Schaik: redactie
  • Loes van Woudenberg: videoarchief
  • Peter Vande Vyvere: redactie
  • Gerrit Vanden Bosch: redactie
  • Vanessa Vanhove: stem
  • Kim Vanpuyenbroeck: audio
  • Andy Vanvoorden: ontwerp
  • Alexis Vermeylen: fotoarchief
  • Luc Vints: fotoarchief
  • Koen Vlaeminck: stuurgroep
  • Barend Weyens: motion design
  • Henk Witte: redactie

Bedankt! We hebben je bericht goed ontvangen.

Een link naar deze pagina is goed verstuurd.

Het e-mailadres is niet juist. Probeer het opnieuw.

Contact

Bedankt voor je interesse. We doen ons best om je vraag de volgende werkdag te beantwoorden.

Versturen Inschrijven nieuwsbrief

Deel deze pagina op VolgConcilie met je vrienden via e-mail.

Versturen

Deelnemers

Leo Suenens

8 DEC 1965

Concilie is als lente van begin april, er kan nog nachtvorst zijn
Mijn enige slottussenkomst op het Concilie heeft erin bestaan tijdens de allerlaatste sessie [op 6.12], in naam van de hele Vergadering, Mgr. Felici te bedanken voor zijn werk en ook alle bedienden, al diegenen die hebben bijgedragen aan het materiële en administratieve welslagen. Ik denk dat het een redelijk amusante speech was, die tegelijkertijd hulde bracht aan iemand die gedurende vier jaar onverbiddelijk de tegenstander was van alle ideeën die wij verdedigden. Hij was vierentwintig uur op vierentwintig gekant tegen de tendensen van het Concilie, hij heeft zich werkelijk met een volgehouden hardnekkigheid verweerd, gebruik makend van alle procedures van het reglement tegen ons, nooit aflatend tenzij tegen overweldigende meerderheden, altijd pogend zijn standpunt te doen zegevieren. Hij heeft alle grote veldslagen op het vlak van conciliediscussies verloren, maar hij is zeker en vast een bijzondere steun geweest voor het conservatieve gedeelte, dat op hem steunde en dat ook op kardinaal Cicognani steunde, die bij elke gelegenheid de extreem conservatieve tendens was toegedaan en die een uitermate belangrijke positie bekleedde. Om deze vierde sessie te besluiten, herinner ik mij een ogenblik dat werkelijk zeer aangrijpend was: het moment dat men voor de laatste keer dit Concilie voorzat dat men gedurende vier jaar intens beleefd had en waarop een Amerikaanse protestantse observator, me aan mijn tafel kwam opzoeken en me een zin toefluisterde die blijk gaf van veel cultuur bij een vreemdeling. Hij heeft me gezegd: "Dus de laatste klas". Een allusie op “Le Petit Chose” van Daudet. Het was werkelijk in een klimaat van grote sympathie en een vleugje melancholie dat we die pagina van de geschiedenis hebben beëindigd, om ze vervolgens de twee volgende dagen spectaculair af te ronden, met die uitzonderlijk aangrijpende ceremonie in Sint-Paulus-buiten-de-muren, met de verzoening tussen Athenagoras en de Heilige Vader, door het opheffen van de excommunicatie. Toen die excommunicatie was opgeheven heb ik niet aan de verleiding kunnen weerstaan om mijn plaats te verlaten om Mgr. Scrima te gaan omarmen. Hij was praktisch de mandataris van Athenagoras en hij had de hele opheffing van de excommunicatie voorbereid. Al hem omarmend, en hem feliciterend en al hem dankende voor al wat hij gezegd en gedaan had om dit te bewerkstelligen. Ik herinner niet meer de zin die ik hem zei, maar wel de zijne, hij heeft me geantwoord: "Onze God is groot!". Ik denk dat men met die woorden deze vierde sessie van het Concilie kan besluiten, dat vervolgens is beëindigd op het Sint-Pietersplein, met de boodschappen die wij in naam van de Heilige Vader - zes, zeven kardinalen - tot de wereld gericht hebben in verschillende vormen. Het is ongetwijfeld de paus zelf geweest die ze heeft geschreven, in elk geval was de tekst mij de avond voordien bezorgd, ik heb hem evenwel maar laat in de nacht gezien, om hem de volgde dag uit te spreken. Ik weet werkelijk niet waarom het mij toekwam om de toespraak te houden voor de kunstenaars en de schrijvers, het is ongetwijfeld een allusie op de verschillende boeken die ik schreef. Ik zou er de voorkeur aan gegeven hebben om het woord te kunnen richten tot de vrouwen en de religieuzen of iets dat aan onze stelling had kunnen herinneren. In elk geval was dat een neutraal thema en het was het einde van het Concilie voor wat mij betreft.... Het Concilie is afgesloten in dit perspectief van grote openheid van de Kerk op de wereld. Ik geloof dat de interne dialoog, de oecumenische dialoog en de dialoog met de wereld op een onomkeerbare wijze gevestigd is. Wanneer men me vroeg: "is het Concilie een succes?", heb ik geantwoord: "wel, het Concilie wilde een lente zijn, als u me vraagt is het Concilie een lente, dan antwoord ik ja, het is een lente in de Kerk; als u me vraagt of het een lente is in de maand mei, of een ontluikende lente begin april, dan zal ik antwoorden, dat het een lente is begin april waarbij er nog nachtvorst kan zijn. De toekomst zal uitwijzen of we naar een mooie ontwikkeling gaan. Alles lijkt er op te wijzen. De weg kan lang zijn zei Mgr. Camara, "De duivel waart rond het Concilie, mocht hij niet rond het Concilie waren dan zou hij een stommerik zijn". Het is zeker dat we vandaag een spel van licht en schaduw in de Kerk meemaken. De Kerk heeft de belofte van het Eeuwig Leven maar de Heer heeft nooit beloofd dat ze zou verschoond blijven van stormachtige winden en van wervelwinden. We gaan vooruit in het tweede millennium van de Kerk met het vertrouwen dat de Heer er is, dat Hij doorheen het Concilie grote zaken gedaan heeft en dat de horizon geopend is voor het ontvouwen van de Heilige Geest in de komende eeuwen. Ontdek meer: Slotplechtigheid met boodschappen aan de wereld

Deelnemers

Jozef Maria Heuschen

29 NOV 1965

H. Vader hield aan referentie Casti connubii
Was hier gisteren de hemel nog erg overtrokken, vandaag is hij bijna volledig opgeklaard. Gisteren, had ik rond de maandag [sic:=middag] mijn laatste tekst naar de Paus laten dragen. Ik moest de volledige tekst en de relatie voor 4u afgeven, omdat alles dezelfde avond bij de drukker moest zijn. Van het Vaticaan kwam maar geen antwoord. Toen we deze morgen in vergadering waren, liet men mij vanop staatssekretariaat roepen. …Dadelijk daarop mocht ik bij Mgr. Dell’Acqua binnen, die me met uitgestoken handen tegemoet kwam en me gelukwenste voor de wijze waarop we de modi van de Paus in de tekst hadden ingewerkt, zonder met de Paus te polemiseren. Ik had ook voorgesteld dat we in de tekst een nota zouden mogen inlassen over de tussenkomst van de Paus, waarin stond dat we met zijn wenken en raadgevingen hadden rekening gehouden; ik hield er aan dit te zeggen opdat het klaar zou zijn dat we bepaalde dingen geschreven hadden op last van boven en dat men het concilie niet in zijn schoenen zou schuiven wat de Paus had gewild. Anderzijds kon ik zo ook doen uitkomen dat het slechts raadgevingen en niet bevelen noch doctrinaire beslissingen van de Paus betrof. Mgr. Dell’Acqua voegde er aan toe dat de Paus zeer dankbaar was voor deze suggestie: “vous êtes un homme de bon conseil”,waren zijn woorden. Ik heb dan maar van dit pluimpje gebruik gemaakt om te vragen of hij me veroorloofde dan nog een ander voorstel te doen: het verwijderen van de referenties naar de Encycliek Casti connubii. Daarop antwoordde hij dat de H. Vader aan deze referenties hield.

Deelnemers

Hélder Câmara

23 NOV 1965

Dan kwam het beslissende punt: de geboortebeperking
Pater Miguel persoonlijk belde me en vroeg om een gesprek: het was dringend, hij was meer dan een uur bij de Heilige Vader geweest. Kortweg: het ging om de hervorming van de Romeinse Curie. Pater Miguel stelde in het gesprek met stevige nadruk dat – indien de Romeinse Curie niet fundamenteel vernieuwd zou worden – de geest van Vaticanum II op het spel zou staan. Zelfs zou het gevaar dreigen dat vervolgens de ‘progressieve’ krachten en ook degenen, die zich voor een vernieuwing van de Curie sterk hebben gemaakt, vervolgd zouden worden. De Heilige Vader gelooft dat we goed gepositioneerd zijn: ver weg van de schandelijke dagen waarin rijkdom en simonie de Curie beheersten... Enkele oerconservatieve en in onbruik geraakte krachten? Nou ja, die leven niet eeuwig… En hij sprak nog eens over enkele verbeteringen, die hij van plan was door te voeren. Een tweede thema, dat pater Miguel aanstipte: de naconciliaire commissies. Ook op dit punt een nauwelijks waarneembare reactie van de kant van Paulus VI. Dan kwam het beslissende punt: de geboortebeperking en de begrenzing van het aantal kinderen. De Heilige Vader sprak wel tien minuten over verschillende artsen, die hem mondeling en schriftelijk hadden laten weten, welke verwoestende gevolgen de ‘pil’ heeft. Pater Miguele herinnerde hem eraan dat het er inderdaad om gaat de Kerk niet voor eens en altijd vast te binden aan een of andere technische oplossing. Het is alleen belangrijk om de deuren niet af te sluiten, om mensen geen onnodige lasten op te leggen, die slechts tot gewetensconflicten leiden. Paulus VI, innerlijk niet vrij, voelt zich gebonden aan de teksten van Pius XI en Pius XII. Hij is nu van plan een verklaring uit te brengen, waarin hij zich verbindt aan Casti Connubii. En dan wil hij later over het thema een encycliek schrijven. Toen pater Miguel vurig probeerde de paus in beweging te krijgen…. zei deze ten slotte: “laten we nu eens hier van uitgaan: u stelt zich voor, u kruipt in mijn huid. Stelt u zich voor, u bent de paus. En maakt dan de verklaring, die u zou schrijven, staande voor God en met de mensheid voor ogen. Brengt u mij zo snel mogelijk deze verklaring, en ik beloof u deze op mijn knieën te bestuderen.” Pater Miguel verloor geen seconde. Hij sloot zich op , samen met de rector van het Belgische college, met de Duitse bisschop Josef Reuss en met Ellen, de deskundige. En het tekstconcept was klaar. Mijn goede vriend liet me daarop uit eerste hand de tekst zien. Hij gaf hem mij te lezen, zoals hij hem dinsdag aan de paus zal voorleggen. Hij wilde mijn eerlijke mening. En hij wilde ook dat ik de opdracht zou geven tot een bombardement van brieven aan de H. Vader, alleen maar om hem te verzoeken de vragen niet definitief af te sluiten. Het document was een meesterstuk. Ik herhaal: een meesterstuk! We aten gemeenschappelijk een zeer eenvoudige avondmaaltijd in ons huis. Het was ongelofelijk. We baden samen de rozenkrans… Tot zover mijn discrete mededelingen voor vandaag.

Deelnemers

Gerard Philips

1 NOV 1965

Toevoeging waarin het Concilie de historiciteit bevestigt
Op dinsdag 19 oktober is de Commissio Mixta voor Schema XIII inderdaad voor het eerst bijeengekomen. Doch de tweede helft van de zitting werd, door de Doctrinele Commissie afzonderlijk, aan de pauselijke modi betreffende de revelatie besteed. In de voormiddag had het praesidium daarover reeds vergaderd. Er was afgesproken dat voor punt 1, – over de Traditie, waarvoor de Paus de keuze liet tussen de zeven reeds vroeger voorgestelde toevoegingen – dat de Vaders onmiddellijk en zonder kommentaar tot de stemming zouden overgaan; voor punt 2, voor het schrappen van “veritas salutaris”, zou ik een tussenformule voorstellen; voor punt 3, betreffende de historiciteit van de evangeliën, zou ik hetzelfde doen. ’s Namiddags echter, te 18.15 u., geeft de president eerst het woord aan kardinaal Bea, die de 3e formule (afkomstig van Colombo) aanbeveelt. De mijne, de 5e, haalt slechts 2 stemmen. Bij de tweede stemronde bekomt formule 3 veruit de meerderheid. Voor punt 2 houdt kardinaal Bea een speech waarin hij het woord “salutaris” heftig bestrijdt (al had hij de door de commissie voorgestelde tekst, mèt het woord salutaris, vroeger uitdrukkelijk goedgekeurd). Niemand krijgt gelegenheid om te antwoorden. De president doet onmiddellijk stemmen: omittatur of maneat. De schrapping krijgt driemaal achtereen 1 stem tekort om aangenomen te worden, d.w.z. 1 stem minder dan 2/3 van het aantal aanwezige leden. Daarop mag ik ten slotte mijn compromisvoorstel voorleggen: een omschrijving, die door een aantal leden van de minoranza in de modi was voorgesteld. Die tekst, haalt onmiddellijk de 2/3 meerderheid. Er blijft evenwel betwisting over de interpretatie van het reglement. Drie of vier leden hebben inderdaad blanco gestemd, en iemand beweert dat zij niet meetellen. Het reglement spreekt echter van de praesentes, niet van de votantes. P. Bertrams beweert dat de blancostemmen niet meetellen, doch men gaat erover heen. Voor de historiciteit, stel ik een toevoeging voor, waarin het Concilie die “historiciteit” uitdrukkelijk bevestigt. De “historica fides” waarvan het pauselijk voorstel spreekt, zal in de Bultmanniaanse zin uitgelegd kunnen worden, en die uitdrukking brengt dus geen aarde aan de dijk. Mijn voorstel wordt met 26 tegen 2 stemmen aangenomen. Woensdagvoormiddag, 20 oktober, maak ik de verslagnota op voor de Paus, met de nodige uitleg. Mgr. Felici betuigt per telefoon zijn instemming en laat de tekst van de verbeterde expensio modorum ter perse gaan.Donderdagavond betuigt de Paus aan kardinaal Ottaviani zijn goedkeuring. Colombo vertelt dat de Paus tevreden was. Daarmee is de zaak dus van de baan.

Deelnemers

Henri de Lubac

24 SEP 1965

Schema 13 zegt niets over verwevenheid van de zonde met de wereld
[Over de interventies van kardinaal Frings en mgr Volk bij de bespreking van schema 13.] Allebei zijn ze redelijk streng. (Men had mij een zogenaamd Duits offensief aangekondigd; onder druk van de Frans-Belgische fractie waren de Duitsers op onfortuinlijke wijze buiten de redactie van het schema gehouden, een schema dat doctrinair erg zwak is.) Frings: We moeten de noties ‘volk Gods’ en ‘wereld’ herbekijken en toespitsen; we moeten de verwarring tussen menselijke vooruitgang en Goddelijk heil voorkomen. Enkele correcties volstaan niet; het gaat hier om fundamentele tekortkomingen; de tekst moet substantieel herwerkt worden. Volk: de wereld weet beter dan wij hoe hij verandert; wij moeten hem vooral een spiegel voorhouden van wat hij niet weet en wat we hem krachtens onze zending moeten verkondigen; welnu, het schema zegt niets pertinents over de verwevenheid van de zonde met de wereld; hij zwijgt zedig over dolores, mors, obscuritas mundi [het lijden, de dood, de duisternis van de wereld]. Niet alles van de mens verandert; anders zou het evangelie moeten herschreven worden. De wereld is nooit in evenwicht geweest. In verband met het atheïsme: op basis van de vooruitgang denken sommigen dat de mens God niet meer nodig heeft; anderen daarentegen denken dat er, in het aanschijn van de ontwrichting die alles absurd lijkt te maken, geen hoop meer is; het schema zegt niets over dat alles. Het mist ook een uitgediepte christologie: Jezus Christus komt er slechts op een extrinsieke manier in voor, als argument en als model; men presenteert hem niet als caput mundi et fundamentum [hoofd en fundament van de wereld]; zijn impact komt onvoldoende uit de verf. Hoofdstuk IV [Over de taak van de Kerk in de wereld van deze tijd] zou beter vooraan staan; de beschrijvingen moeten korter en de theologische dimensie moet versterkt. (Deze vaststellingen van Frings en Volk leken mij terecht en van groot belang. Maar er is te veel onbekwame en oppervlakkige goede wil gemoeid met dit schema: waar loopt dit op uit?)  

Deelnemers

Leo Suenens

8 DEC 1965

Concilie is als lente van begin april, er kan nog nachtvorst zijn
Mijn enige slottussenkomst op het Concilie heeft erin bestaan tijdens de allerlaatste sessie [op 6.12], in naam van de hele Vergadering, Mgr. Felici te bedanken voor zijn werk en ook alle bedienden, al diegenen die hebben bijgedragen aan het materiële en administratieve welslagen. Ik denk dat het een redelijk amusante speech was, die tegelijkertijd hulde bracht aan iemand die gedurende vier jaar onverbiddelijk de tegenstander was van alle ideeën die wij verdedigden. Hij was vierentwintig uur op vierentwintig gekant tegen de tendensen van het Concilie, hij heeft zich werkelijk met een volgehouden hardnekkigheid verweerd, gebruik makend van alle procedures van het reglement tegen ons, nooit aflatend tenzij tegen overweldigende meerderheden, altijd pogend zijn standpunt te doen zegevieren. Hij heeft alle grote veldslagen op het vlak van conciliediscussies verloren, maar hij is zeker en vast een bijzondere steun geweest voor het conservatieve gedeelte, dat op hem steunde en dat ook op kardinaal Cicognani steunde, die bij elke gelegenheid de extreem conservatieve tendens was toegedaan en die een uitermate belangrijke positie bekleedde. Om deze vierde sessie te besluiten, herinner ik mij een ogenblik dat werkelijk zeer aangrijpend was: het moment dat men voor de laatste keer dit Concilie voorzat dat men gedurende vier jaar intens beleefd had en waarop een Amerikaanse protestantse observator, me aan mijn tafel kwam opzoeken en me een zin toefluisterde die blijk gaf van veel cultuur bij een vreemdeling. Hij heeft me gezegd: "Dus de laatste klas". Een allusie op “Le Petit Chose” van Daudet. Het was werkelijk in een klimaat van grote sympathie en een vleugje melancholie dat we die pagina van de geschiedenis hebben beëindigd, om ze vervolgens de twee volgende dagen spectaculair af te ronden, met die uitzonderlijk aangrijpende ceremonie in Sint-Paulus-buiten-de-muren, met de verzoening tussen Athenagoras en de Heilige Vader, door het opheffen van de excommunicatie. Toen die excommunicatie was opgeheven heb ik niet aan de verleiding kunnen weerstaan om mijn plaats te verlaten om Mgr. Scrima te gaan omarmen. Hij was praktisch de mandataris van Athenagoras en hij had de hele opheffing van de excommunicatie voorbereid. Al hem omarmend, en hem feliciterend en al hem dankende voor al wat hij gezegd en gedaan had om dit te bewerkstelligen. Ik herinner niet meer de zin die ik hem zei, maar wel de zijne, hij heeft me geantwoord: "Onze God is groot!". Ik denk dat men met die woorden deze vierde sessie van het Concilie kan besluiten, dat vervolgens is beëindigd op het Sint-Pietersplein, met de boodschappen die wij in naam van de Heilige Vader - zes, zeven kardinalen - tot de wereld gericht hebben in verschillende vormen. Het is ongetwijfeld de paus zelf geweest die ze heeft geschreven, in elk geval was de tekst mij de avond voordien bezorgd, ik heb hem evenwel maar laat in de nacht gezien, om hem de volgde dag uit te spreken. Ik weet werkelijk niet waarom het mij toekwam om de toespraak te houden voor de kunstenaars en de schrijvers, het is ongetwijfeld een allusie op de verschillende boeken die ik schreef. Ik zou er de voorkeur aan gegeven hebben om het woord te kunnen richten tot de vrouwen en de religieuzen of iets dat aan onze stelling had kunnen herinneren. In elk geval was dat een neutraal thema en het was het einde van het Concilie voor wat mij betreft.... Het Concilie is afgesloten in dit perspectief van grote openheid van de Kerk op de wereld. Ik geloof dat de interne dialoog, de oecumenische dialoog en de dialoog met de wereld op een onomkeerbare wijze gevestigd is. Wanneer men me vroeg: "is het Concilie een succes?", heb ik geantwoord: "wel, het Concilie wilde een lente zijn, als u me vraagt is het Concilie een lente, dan antwoord ik ja, het is een lente in de Kerk; als u me vraagt of het een lente is in de maand mei, of een ontluikende lente begin april, dan zal ik antwoorden, dat het een lente is begin april waarbij er nog nachtvorst kan zijn. De toekomst zal uitwijzen of we naar een mooie ontwikkeling gaan. Alles lijkt er op te wijzen. De weg kan lang zijn zei Mgr. Camara, "De duivel waart rond het Concilie, mocht hij niet rond het Concilie waren dan zou hij een stommerik zijn". Het is zeker dat we vandaag een spel van licht en schaduw in de Kerk meemaken. De Kerk heeft de belofte van het Eeuwig Leven maar de Heer heeft nooit beloofd dat ze zou verschoond blijven van stormachtige winden en van wervelwinden. We gaan vooruit in het tweede millennium van de Kerk met het vertrouwen dat de Heer er is, dat Hij doorheen het Concilie grote zaken gedaan heeft en dat de horizon geopend is voor het ontvouwen van de Heilige Geest in de komende eeuwen. Ontdek meer: Slotplechtigheid met boodschappen aan de wereld

Deelnemers

Leo Suenens

8 DEC 1965

Concilie is als lente van begin april, er kan nog nachtvorst zijn
Mijn enige slottussenkomst op het Concilie heeft erin bestaan tijdens de allerlaatste sessie [op 6.12], in naam van de hele Vergadering, Mgr. Felici te bedanken voor zijn werk en ook alle bedienden, al diegenen die hebben bijgedragen aan het materiële en administratieve welslagen. Ik denk dat het een redelijk amusante speech was, die tegelijkertijd hulde bracht aan iemand die gedurende vier jaar onverbiddelijk de tegenstander was van alle ideeën die wij verdedigden. Hij was vierentwintig uur op vierentwintig gekant tegen de tendensen van het Concilie, hij heeft zich werkelijk met een volgehouden hardnekkigheid verweerd, gebruik makend van alle procedures van het reglement tegen ons, nooit aflatend tenzij tegen overweldigende meerderheden, altijd pogend zijn standpunt te doen zegevieren. Hij heeft alle grote veldslagen op het vlak van conciliediscussies verloren, maar hij is zeker en vast een bijzondere steun geweest voor het conservatieve gedeelte, dat op hem steunde en dat ook op kardinaal Cicognani steunde, die bij elke gelegenheid de extreem conservatieve tendens was toegedaan en die een uitermate belangrijke positie bekleedde. Om deze vierde sessie te besluiten, herinner ik mij een ogenblik dat werkelijk zeer aangrijpend was: het moment dat men voor de laatste keer dit Concilie voorzat dat men gedurende vier jaar intens beleefd had en waarop een Amerikaanse protestantse observator, me aan mijn tafel kwam opzoeken en me een zin toefluisterde die blijk gaf van veel cultuur bij een vreemdeling. Hij heeft me gezegd: "Dus de laatste klas". Een allusie op “Le Petit Chose” van Daudet. Het was werkelijk in een klimaat van grote sympathie en een vleugje melancholie dat we die pagina van de geschiedenis hebben beëindigd, om ze vervolgens de twee volgende dagen spectaculair af te ronden, met die uitzonderlijk aangrijpende ceremonie in Sint-Paulus-buiten-de-muren, met de verzoening tussen Athenagoras en de Heilige Vader, door het opheffen van de excommunicatie. Toen die excommunicatie was opgeheven heb ik niet aan de verleiding kunnen weerstaan om mijn plaats te verlaten om Mgr. Scrima te gaan omarmen. Hij was praktisch de mandataris van Athenagoras en hij had de hele opheffing van de excommunicatie voorbereid. Al hem omarmend, en hem feliciterend en al hem dankende voor al wat hij gezegd en gedaan had om dit te bewerkstelligen. Ik herinner niet meer de zin die ik hem zei, maar wel de zijne, hij heeft me geantwoord: "Onze God is groot!". Ik denk dat men met die woorden deze vierde sessie van het Concilie kan besluiten, dat vervolgens is beëindigd op het Sint-Pietersplein, met de boodschappen die wij in naam van de Heilige Vader - zes, zeven kardinalen - tot de wereld gericht hebben in verschillende vormen. Het is ongetwijfeld de paus zelf geweest die ze heeft geschreven, in elk geval was de tekst mij de avond voordien bezorgd, ik heb hem evenwel maar laat in de nacht gezien, om hem de volgde dag uit te spreken. Ik weet werkelijk niet waarom het mij toekwam om de toespraak te houden voor de kunstenaars en de schrijvers, het is ongetwijfeld een allusie op de verschillende boeken die ik schreef. Ik zou er de voorkeur aan gegeven hebben om het woord te kunnen richten tot de vrouwen en de religieuzen of iets dat aan onze stelling had kunnen herinneren. In elk geval was dat een neutraal thema en het was het einde van het Concilie voor wat mij betreft.... Het Concilie is afgesloten in dit perspectief van grote openheid van de Kerk op de wereld. Ik geloof dat de interne dialoog, de oecumenische dialoog en de dialoog met de wereld op een onomkeerbare wijze gevestigd is. Wanneer men me vroeg: "is het Concilie een succes?", heb ik geantwoord: "wel, het Concilie wilde een lente zijn, als u me vraagt is het Concilie een lente, dan antwoord ik ja, het is een lente in de Kerk; als u me vraagt of het een lente is in de maand mei, of een ontluikende lente begin april, dan zal ik antwoorden, dat het een lente is begin april waarbij er nog nachtvorst kan zijn. De toekomst zal uitwijzen of we naar een mooie ontwikkeling gaan. Alles lijkt er op te wijzen. De weg kan lang zijn zei Mgr. Camara, "De duivel waart rond het Concilie, mocht hij niet rond het Concilie waren dan zou hij een stommerik zijn". Het is zeker dat we vandaag een spel van licht en schaduw in de Kerk meemaken. De Kerk heeft de belofte van het Eeuwig Leven maar de Heer heeft nooit beloofd dat ze zou verschoond blijven van stormachtige winden en van wervelwinden. We gaan vooruit in het tweede millennium van de Kerk met het vertrouwen dat de Heer er is, dat Hij doorheen het Concilie grote zaken gedaan heeft en dat de horizon geopend is voor het ontvouwen van de Heilige Geest in de komende eeuwen. Ontdek meer: Slotplechtigheid met boodschappen aan de wereld

Actualiteit en debat

    CCVHalewijn    Cardinal Willebrands Research Centre - Tilburg University    Katholiek Documentatie Centrum - Radboud Universiteit Nijmegen.Omroep RKK